Je hoeft de muur niet los te laten om op één been te oefenen. Je vingertoppen mogen contact houden: het gaat om een gecontroleerde beweging, niet om een durftest.
Begin met steun
- Ga voor een vrije, stevige muur staan, op een vlakke, stroeve vloer. Strek je armen en zet je vingertoppen tegen de muur.
- Til één voet een klein stukje op. Houd je heupen op gelijke hoogte en de knie van je standbeen licht gebogen.
- Blijf alleen staan zolang je je stabiel voelt. De NHS noemt 5–10 seconden als richtlijn, niet als verplicht doel.
- Zet je voet rustig neer en wissel van kant. Gaat het veilig en gecontroleerd, herhaal dit dan maximaal drie keer per kant.
Waarom steun erbij hoort
Op één been is je steunvlak kleiner. Je lichaam moet je houding bijsturen; daarmee spreek je je evenwicht en stabiliserende spieren aan. Het contact met de muur helpt je de beweging beheerst uit te voeren. Zonder steun staan is geen voorwaarde voor deze manier van evenwicht oefenen.
Controle is belangrijker dan seconden
Word je wiebelig, zet je voet dan meteen neer. Bouw langzaam op en forceer de duur of het aantal herhalingen niet. Biedt de muur onvoldoende steun, oefen dan niet alleen verder.
Heb je last van duizeligheid, acute pijn, een verhoogd valrisico of neurologische problemen? Overleg vooraf met een zorgprofessional of en hoe deze oefening geschikt is voor jou. Dit is een algemene beweeginstructie, geen behandeling of test om je valrisico vast te stellen.
Bronnen
Geselecteerde referenties die deze tip controleren of ondersteunen.
- Balance exercises: One-leg stand NHS · government
Gecontroleerd